Appeltaart

Heeft verder geen uitleg nodig.


Ingrediėnten:
Voor het deeg:
250 gram bloem - 125 gram basterdsuiker - zout - 175 gram koude boter
Voor de vulling:
1 kg zacht zure appels - 1 eetlepel citroensap - 1 a 2 eetlepels suiker - ½ theelepel kaneel - 1 eetlepel koffiemelk - paneermeel of lange vingers - 100 gr. rozijnen - evt. rum om rozijnen in te wellen


Voorbereiding:
Maak het deeg: Zeef de bloem, basterd-suiker en een mespuntje zout boven een kom. Voeg de boter toe en snijd die met twee messen in heel kleine stukjes. Kneed het deeg met een koele hand snel tot een samenhangende bal (of kneed het deeg kort in een foodprocessor of keukenmachine). Laat het deeg afgedekt ca. 30 minuten in de koelkast rusten. Laat de rozijnen wellen in water of rum.

Bereiding:
Maak intussen de vulling: Schil de appels, verwijder de klokhuizen en snijd het vrucht-vlees in stukjes. Doe de stukjes appel in een kom, besprenkel ze met citroensap en roer er suiker naar smaak en de kaneel door. Schep 100 gram (in rum gewelde) rozijnen door de appels.
Beboter een springvorm (ca. 22 cm) en strooi er wat gekruimelde lange vingers of paneermeel in. Bekleed de vorm met 2/3 van het deeg en schep de vulling erin. Rol de rest van het deeg uit en snijd het in repen van ca. 22 x 2 cm. Leg de repen ruitvormig over de vulling en druk de uiteinden vast op de deegrand. Bestrijk het deeg met koffiemelk.
Bak de taart in het midden van een voorverwarmde oven (175 °C) in ca. 45 minuten goudbruin en gaar. Neem de taart uit de oven, laat hem iets afkoelen en verwijder de rand van de vorm. Laat de taart helemaal afkoelen.